How to teach Freerunning: Part 2 – Vaults


Vaults: Going over obstacles in a cool or fast way

Dit is het tweede artikel over mijn manier van freerunning lesgeven. Ik raad je aan om het eerste artikel ook te lezen. Deze vind je Hier. Tijdens mijn lesgeven probeer ik de leerlingen zoveel mogelijk voor te bereiden op het buiten beoefenen van freerunning, want wat zij vandaag in de zaal leren gaan zij misschien morgen al buiten proberen. Ik probeer tijdens het artikel rekening te houden met het feit dat niet elke gymzaal ruim is uitgerust en niet elke docent veel kennis heeft van freerunning.

So, what are vaults exactly?

Het doen van vaults is een ander belangrijk onderdeel van freerunning. Vaults zijn manieren om over obstakels heen te gaan. Vaults worden gebruikt bij freerunning om snel door te blijven bewegen en vloeiend over obstakels heen te gaan of om cool over een obstakel heen te gaan (zoals hierboven).

Er zijn vele verschillende vaults en manieren om over obstakels heen te gaan. Over het algemeen houden de vaults zich aan 3 eisen. Wanneer een beweging over een obstakel zich aan deze eisen houdt is het vaak een vault of een vorm daarvan.

Doordat er vele verschillende manieren zijn om vaults te doen bied ik deze bewegingen vaak aan op een zelf-exploratieve manier. Eerst laat ik de leerlingen zelf stoeien met het overwinnen van de obstakels waarbij zij kunnen kiezen op wat voor manier zij er overheen gaan, zolang zij zich maar aan de 3 eisen houden. Nadat ze alle eisen behandeld hebben en vele verschillende manieren uitgeprobeerd hebben is het tijd om met technieken te gaan oefenen.

3 Eisen: Here we go again!

Bij vaults zijn er zoals gezegd 3 eisen waar de leerlingen zich aan moeten houden om een goede vault te doen. Deze eisen hebben te maken met de afzet, de vluchtfase en de landing.

  • De eis over de afzet houdt in dat de leerlingen geen stamp-afzet maken.

Wanneer zij afzetten moeten zij dit doen vanuit hun eigen spierkracht. Zij moeten proberen een hele stille afzet te maken. In de praktijk kan dit door bijvoorbeeld een splitfoot afzet te maken. Hierbij zetten de leerlingen af met één voet voor en één voet achter. Ook is het mogelijk om één been op te zwaaien of door hun benen te zakken en van daaruit springen.

  • De eis voor de vluchtfase is dat de leerling in ieder geval op één of twee handen steunt en vloeiend en snel over de kast heen gaat.

De eis voor de vluchtfase is voor het grootste deel de essentie van de vaults. De leerling moet in ieder geval op één of twee handen steunen voor de meeste freerunning vaults. Daarnaast moet de leerling zich snel en vloeiend over de kast heen verplaatsen. Het derde stuk voor deze vault heeft te maken met de veiligheid van de leerling. Hij moet namelijk het liefst met niks anders dan zijn handen en soms zijn voeten de kast aanraken.

  • De eis voor de landing houdt in dat de leerlingen proberen bewust te landen op zo’n manier dat zij door kunnen gaan naar hun volgende beweging.

Dit kan gelijk doorrennen zijn, echter is het bijvoorbeeld ook mogelijk om gelijk een salto te doen bijvoorbeeld. Dit is te bewerkstelligen door actief met de handen af te duwen van het obstakel en van tevoren alvast na te gaan wat de beweging na de vault moet zijn. Wanneer hierover nagedacht wordt is het makkelijker voor de leerlingen om ook daadwerkelijk op zo’n manier te landen dat zij door kunnen bewegen.

Hoe je het kan aanbieden: Wat voor situatie zet je neer?

Wanneer ik vaults aanbied doe ik dit meestal met een aantal verschillende situaties en obstakels waar leerlingen overheen kunnen. Hiervoor gebruik ik meestal kasten van verschillende hoogtes die in de breedte staan. Achter de kasten ligt een klein matje. Soms kies ik ervoor dit weg te laten bij een aantal van de opstellingen omdat dit meer lijkt op de realiteit van buiten freerunnen. Omdat de kasten van verschillende hoogtes zijn kunnen de leerlingen op hun eigen niveau trainen en kunnen er veel leerlingen tegelijkertijd met vaults bezig zijn.

Now it’s time to practice!

Ik begin meestal met het aanbieden van valt op een exploratieve manier. In de praktijk komt het erop neer dat de leerlingen zelf mogen uitvogelen hoe zij over de obstakels komen zolang zij zich maar aan de eisen van vaults houden. De eis van de vluchtfase oefen ik het eerst met de leerlingen. Zij gaan eigen uitdagende manieren uitproberen waarbij zij alleen met hun handen de kast aanraken en er snel en vloeiend overheen gaan. Wanneer zij dit geoefend hebben voor een aantal minuten komt de eis qua afzet bij de opdracht. Na het oefenen van de eerste twee eisen komt uiteindelijk de derde eis erbij. Wanneer dit lukt ga ik vaak door met het aanleren van een specifieke vault zoals de cat pass, de step/safety vault of de speed vault.

 

Het idee achter de 3 eisen: Waarom zijn de drie eisen er en wat is hun betekenis?

Eis 1: De afzetfase

De eis over afzet is gekozen vanwege twee redenen.

  • De eerste reden is vanwege duurzaamheid.

Wanneer men buiten gaat freerunnen zijn er geen trampolines of springplanken dus moet er worden afgezet vanaf een harde ondergrond. Als je afzet van een harde ondergrond, zoals steen, is de stamp-afzet erg slecht voor je gewrichten. De schok van de afzet wordt voornamelijk verwerkt via je gewrichten en botten in plaats van je spieren.

  • De tweede reden zorgt ervoor dat leerlingen uiteindelijk meer kunnen.

De stamp-afzet is alleen handig wanneer leerlingen net beginnen met het over een kast heen springen. Deze manier van afzetten is echter snel achterhaald door een afzet vanuit de eigen beenkracht. Uiteindelijk zullen zij veel verder en hoger kunnen springen wanneer zij springen vanuit hun beenkracht in plaats van met de stamp-afzet.

 

Eis 2: De vluchtfase

De tweede eis zorgt ervoor dat leerlingen daadwerkelijk vaults doen. Wanneer zij zonder hun handen, met meer dan hun handen de kast aanraken of niet snel en vloeiend over de kast heen gaan doen zij geen vault. Daarnaast is dit om hen voor te bereiden op buiten freerunnen. Freerunnen zoals het in de praktijk gebeurt vindt vooral plaats op harde obstakels zoals stenen muurtjes. Je wil niet met je buik, billen of rug op een stenen muurtje komen en al helemaal niet met je schenen of knieën. Daarom wil ik tijdens de les niet dat de leerlingen dit gaan doen.

Eis 3: De landingsfase 

De eis over het landen is er om ervoor te zorgen dat leerlingen hun vaults afmaken en zij zich voorbereiden op runs/lines tijdens freerunnen. Een run/line is een vloeiende combinatie van freerunning bewegingen achter elkaar waarbij een freerunner zich veelal verplaatst. Door hen met deze eis voor te bereiden op het actief landen wordt het makkelijker voor hen om vaults toe te passen in een run/line.

 

Closing comments

Door op deze exploratieve manier te beginnen met het aanleren van vaults krijgen de leerlingen een goed idee van de vrijheid die freerunning hen kan bieden. De leerlingen moeten echter niet de ‘alles kan, alles mag’ attitude aangeleerd krijgen. Er zijn zeker wel belangrijke punten waar de leerlingen aan moeten denken. Zo kunnen de leerlingen op een veilige en duurzame manier met hun lichaam omgaan en tegelijkertijd zichzelf uitdagen.